Nieuws uit de sector

Op bezoek bij de buren


13/09/2022
Op bezoek bij de buren cover photo

Het zijn woelige tijden, ook voor onze sector. De coronacrisis is dan wel grotendeels achter de rug, maar we ondervinden er nog altijd de gevolgen van. Deze moeilijke situatie zette ook onze relatie met de politiek scherp. En er zijn nog andere problemen die om de hoek loeren. In zulke omstandigheden is het altijd interessant én leerrijk om even te kijken hoe het er elders aan toe gaat. Deze keer gaan we op bezoek bij onze zuiderburen, meer bepaald bij Christophe Doré, voorzitter van de sectororganisatie Union Nationale des Entreprises de Coiffure (UNEC). België versus Frankrijk.

Hoe zijn jullie als kappers georganiseerd in Frankrijk? Hebben jullie een rechtstreekse lijn met de politiek of gebeurt dat via een interprofessionele federatie?

Christophe Doré: “We hebben in Frankrijk een departementale, regionale en nationale structuur. Op nationaal vlak hebben we de CNAMS — la Confédération nationale de l’artisanat des métiers et des services — en de U2P — l’Union des entreprises de proximité – op interprofessioneel niveau. Noch de confederatie noch de interprofessionele organisatie treedt voor ons op als politieke gesprekspartner. Wij onderhouden rechtstreekse relaties met de ministeries. We worden wel soms geraadpleegd voor algemene kwesties, want we vertegenwoordigen nu eenmaal een grote beroepsgroep.”

Hoe groot is de kapperssector in Frankrijk in cijfers?

Christophe Doré: “De sector vertegenwoordigt iets meer dan € 6 miljard en bestaat uit bijna 180.000 mensen die actief zijn in de sector, bedrijfsleiders en werknemers samen1. Het probleem waar we nu mee geconfronteerd worden, is dat er een stijgend aantal kappersbedrijven is, maar een dalend aantal werknemers. Het gevaar bestaat dat we met een teveel aan salons komen te zitten voor te weinig kappers. Heel veel mensen willen deze job niet meer uitoefenen. Er zijn zelfs salons die sluiten op zaterdag. Dat is een situatie die tot voor kort ondenkbaar was.”

We komen net uit een pandemie, die ook onze sector op zijn grondvesten deed daveren. Hoe hebben jullie dat in Frankrijk ervaren?

Christophe Doré: “Algemeen genomen mogen we zeggen dat de overheid ons vrij goed gesteund heeft. Zo heeft de regering vanaf de eerste golf leningen met staatsgarantie ingevoerd, de prêts garantis par l’État (PGE). De bedoeling was om te voorkomen dat bedrijven met cashflowproblemen overkop zouden gaan. De bedrijven konden een lening met staatswaarborg aanvragen bij de bank. Het bedrag daarvan was afhankelijk van het omzetcijfer. Deze regeling werd vervolgens bij elke nieuwe golf verlengd. Die leningen waren zeer belangrijk voor heel veel bedrijven.”

En kregen jullie ook rechtstreekse financiële hulp?

Christophe Doré: “De regering paste tijdens de crisis de politiek van ‘Quoi qu’il en coûte’ toe, wat zoveel betekent als ‘wat het ook mag kosten’. Aanvankelijk waren de reacties op de regeringssteun eerder gemengd. Bedrijven met maximaal 10 werknemers kregen € 1.500, gekoppeld aan uitgestelde belastingen. Dat was vooral moeilijk voor de grotere kappersondernemingen. Die werden in het begin dus niet echt geholpen. Tijdens de tweede lockdown deed de regering wat ze moest doen, met een steun van € 10.000 per juridische entiteit. Dat kreeg veel bijval in de sector en het maakte het de salons mogelijk om deze periode zonder al te veel kleerscheuren door te komen. Tijdens de derde golf werd kappen als een essentieel beroep beschouwd en mochten we dus onze job blijven uitoefenen. Dat gold wel niet voor de salons in de winkelcentra, die gesloten waren. Sommige salons waren liever gesloten gebleven, anderen waren dan weer blij dat ze móchten werken. Die dubbelzinnigheid zal er altijd zijn bij dit soort maatregelen. Maar in het algemeen zijn we vrij goed beschermd geweest in Frankrijk, in het bijzonder dankzij een minister van Economie die de situatie van heel nabij opvolgde.”

Hoe werd het personeel betaald tijdens de sluitingen en hoe betaalden de zaakvoerders zichzelf uit?

Christophe Doré: “Tijdens de periodes van sluiting werd het personeel volledig betaald via het systeem van gedeeltelijke werkloosheid. De bedrijven moesten daarbij geen enkele last op zich nemen, met uitzondering van het betaald verlof, dat verderliep tijdens de lockdowns. Ze waren wel verplicht om de lonen voor te schieten, zoals de werkgever in Frankrijk altijd moet doen bij gedeeltelijke economische werkloosheid. Nadien wordt hij dan terugbetaald. Verder bleven er natuurlijk een aantal vaste kosten verderlopen, maar behalve de betaalde verloven waren er dus geen personeelskosten. De uitbetaling van de verloven veroorzaakte vanzelfsprekend problemen voor sommige bedrijven. Men heeft geprobeerd om ook daarvan vrijgesteld te worden, maar dat is niet gelukt.”

Krijgen jullie momenteel nog overheidssteun?

Christophe Doré: “In Frankrijk hebben we de ‘activité partielle de longue durée’ (APLD, gedeeltelijke activiteit van lange duur). Die maakt het bedrijven die met problemen kampen mogelijk om het uurrooster van hun werknemers in te korten. Deze tijdelijke regeling kan worden toegepast tot 31 december 2022. Dat is niet hetzelfde als volledig stempelen en de overheid heeft geen vaste bedragen vooropgesteld. Het moet redelijk zijn in functie van de jaaromzet. Maar vandaag is het zo problematisch om personeel te vinden dat deze vraag zich bijna niet stelt. Iedereen is op zoek naar kappers, leerlingen ... Het is een regelrechte ramp om mensen te vinden.”

Mogen we globaal genomen stellen dat de relatie met de politiek vrij goed zit?

Christophe Doré: “Tijdens de Covid-crisis was de band met de beleidsmakers vrij uitzonderlijk. Maar nu deze periode achter de rug ligt, is de situatie veel complexer. We zien heel wat faillissementen. De ‘Quoi qu’il en coûte’-aanpak was fantastisch voor gezonde bedrijven die goed beheerd worden, maar schadelijk voor bedrijven die het reeds moeilijk hadden. Er waren bedrijven die dankzij de steun het hoofd boven water konden houden tijdens de Covid-periode, maar die nadien de pijnlijke realiteit onder ogen moesten zien. Het grootste probleem waarmee we te kampen kregen na het einde van de crisis, was echter om het personeel terug aan het werk krijgen. De werknemers hadden geen cent verloren: ze moesten geen kinderopvang betalen, hadden geen vervoerskosten … Sommigen verdienden zelfs meer dan wanneer ze gingen werken. De terugkeer naar het werk lag dus moeilijk. Velen hebben ook kappers zien vertrekken die voor eigen rekening gingen werken. Kortom, er waren enorme personeelsverschuivingen.”

In België merken we dat de bezoekersaantallen in de grote steden nog niet terug op peil zijn, terwijl dat in de rest van het land grosso modo wel het geval is. Hoe zit dat in Frankrijk?

Christophe Doré: “In Parijs en de andere grootsteden zijn de omzetcijfers ook nog niet helemaal terug op niveau. Het probleem situeert zich vooral bij de dienstensector, waar het thuiswerk een grote impact heeft gehad. We voelden dat al tijdens de pandemie zelf. Hoe je eruitziet is minder belangrijk op een scherm dan op kantoor en de mensen hechtten dan ook minder belang aan hun kapsel. Net zoals bij jullie zien we dus een positieve evolutie op het platteland, maar in de grote steden weegt het thuiswerk nog steeds door.”

Welke regelingen hebben jullie uitgewerkt met de verhuurders tijdens de lockdowns? Gingen ze ermee akkoord om bepaalde huurgelden te laten vallen of uit te stellen?

Christophe Doré: “Dat was afhankelijk van de eigenaar, van de regio … Het was geen eenvoudige oefening en het blijft moeilijk. De regering had ons bepaalde zaken beloofd, maar we hebben niet bereikt wat we wilden met de grote verhuurders in de winkelcentra. Sommigen deden wel een toegift, maar niemand liet de huur vallen. De minister zei indertijd dat we moesten wachten op de Europese Commissie om de huurkwestie te behandelen, maar daar is er uiteindelijk niets van in huis gekomen.”

Een ander hot topic, dat ook een grote invloed heeft op onze sector, is de inflatie. In België hanteren we een systeem van automatische indexering van de lonen. Dat benadeelt de salons die werknemers in dienst hebben. Hoe zit dat bij jullie?

Christophe Doré: “Wij kennen dat systeem niet, maar de minister van Arbeid wil wel dat we de lonen aanzienlijk verhogen. Ik snap de redenering, maar ik vind dat onze regering eerst en vooral het probleem van de inflatie moet aanpakken. Door de salarissen te beschermen en het SMIC (het minimumloon, red.) aanzienlijk te verhogen, komen we in een vicieuze cirkel terecht. Want om de duurdere tewerkstelling te bekostigen, moeten we ook onze prijzen verhogen, wat dan weer tot een verminderde koopkracht leidt.”

Hoe zijn de opleidingen bij jullie georganiseerd? Zijn er openbare scholen, privéscholen, begeleiders die de opvolging verzorgen …?

Christophe Doré: “In Frankrijk wordt de scholing verzekerd door opleidingscentra en nationale lycea. Vandaag werken wij uitsluitend met het diploma van het nationale onderwijs, maar we zijn ook bezig met de invoering van certificaten van de ambachtelijke sector, zodat we onze eigen diploma’s en onze eigen kwalificaties kunnen gebruiken. Als voorzitter vind ik dat we uitstekende relaties hebben met het nationale onderwijs, maar mijn collega’s op het terrein zullen je waarschijnlijk zeggen dat de diploma’s niet aangepast zijn aan de noden van de bedrijven en dat ze voorbijgestreefd zijn. We hebben een cao afgesloten die de erkende kwalificaties reguleert. Er is de CAP (wat staat voor certificat d’aptitude professionnelle), de mention complémentaire, het BP (brevet professionnel) alsook een nieuw diploma dat we net hebben ingevoerd, het bac pro.”

Moet je een diploma hebben om het beroep te mogen uitoefenen in Frankrijk?

Christophe Doré: “Inderdaad. Je hebt minstens een diploma niveau 4 (een brevet professionnel) nodig. Emmanuel Macron droomde er zeven jaar geleden van om het op te doeken, maar we hebben geprotesteerd voor het ministerie van Economie en we hebben het kunnen redden. We proberen onze diploma’s te behouden. Momenteel is duaal leren ons sterke punt. De zaken zijn heel erg geëvolueerd in Frankrijk en dankzij de steun van de staat is duaal leren geëxplodeerd. Spijtig genoeg houdt de steun voor de opleiding op na 31 december, dus we zijn wel een beetje ongerust. Benieuwd wat het zal geven na die datum …”

1 Ter vergelijking: in België vertegenwoordigt de sector € 900 miljoen en stelt hij ongeveer 23.000 personen te werk (bedrijfsleiders, zelfstandigen en werknemers).

&nsbp;