Nieuws uit de sector

Op bezoek bij ANKO


01/12/2022
Op bezoek bij ANKO cover photo

ANKO, de Algemene Nederlandse Kappers Organisatie, is de Nederlandse tegenhanger van Febelhair. Net zoals in ons land staat de Nederlandse economie – inclusief de kapperssector – onder druk door de naweeën van de coronacrisis, de inflatie, de exploderende energieprijzen, de krapte op de arbeidsmarkt … We zaten samen met ANKO-voorzitter Maurice Crusio om van gedachten te wisselen over de situatie in onze buurlanden.

 

Hoe is jullie organisatie gestructureerd?

Maurice Crusio: “Ons dagelijkse bestuur bepaalt de koers en de ledenraad houdt toezicht op dat bestuur. Dat orgaan bestaat uit 20 mensen die gekozen zijn door de leden. Er zijn verschillende ledengroepen, op basis van het bedrijfstype. Je hebt de zzp’ers of zelfstandigen zonder personeel. Daarnaast heb je de kapperszaken met personeel met een omzet tot € 175.000 en die met een omzet boven dat bedrag. Ten slotte is er het segment van de ketenbedrijven. Naast het dagelijkse bestuur en de ledenraad heb je nog de BAC’s of beleidsadviescommissies. Die bestaan uit saloneigenaren, uiteraard allemaal lid van de ANKO. Er zijn drie BAC’s: Ondernemerschap, Sociaal Beleid en Onderwijs & Arbeidsmarkt. Het is hun taak om de beleidsmedewerkers op kantoor en het ANKO-bestuur te adviseren. Namens de werkgevers in de kappersbranche zetelen wij in de paritaire commissie met de vakbonden. De leden betalen een jaarlijks lidgeld, dat varieert van € 280 voor een zzp’er of filiaal, tot € 615 voor een groter bedrijf met personeel.”

 

Hoe pakken jullie het aan om voor dat diverse doelpubliek een waardevolle partner te zijn?

Maurice Crusio: “We hebben ervoor gekozen om een kappersorganisatie te zijn voor de hele sector, zowel de kleine zelfstandige als de grote ketens. Dat is soms een complexe evenwichtsoefening, want die segmenten hebben – zeker in de huidige omstandigheden – niet altijd dezelfde vragen en noden. Neem bijvoorbeeld de loonstijgingen: dat is enkel een probleem voor wie mensen in dienst heeft. Een onderzoek wees uit dat zzp’ers heel wat meer kunnen overhouden dan werkgevers, omdat ze een pak minder kosten hebben. Het verdienvermogen van bijvoorbeeld een ambulante, zelfstandige kapper zonder personeel ligt 15% hoger dan dat van een werkgever. Dat was een echte eye opener voor ons. We hebben dit voorgelegd aan de politiek en ook daar groeit het besef dat werkgeverschap lonend moet zijn en dat de drempel om werkgever te worden lager moet. Voor ons als vereniging komt het erop aan om iets te bieden aan alle groepen. Dat doen we door te focussen op thema’s die de hele sector ten goede komen, zoals kostenreductie, opleiding, professionalisering en het profileren van de maatschappelijke waarde van kappers. We proberen de hele sector te promoten en in een positief daglicht te plaatsen, met een aanvullend aanbod voor elke groep. We doen bijvoorbeeld steeds meer onderzoek naar consumentengedrag en bestedingspatronen. Dat is relevant voor iedereen die in de sector werkt.”

 

"De coronacrisis is nog niet helemaal verteerd en er steken al een heleboel nieuwe problemen de kop op"

 

 

Waaraan merk je concreet dat de Nederlandse kapper het moeilijk heeft?

Maurice Crusio: “Je hebt de energiekosten die door het dak gaan, de inflatie, de impact van corona die nog steeds doorweegt … Je merkt dat de coronaperiode weinig ‘officiële’ schulden heeft teweeggebracht, maar wel veel verborgen schulden. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen die geleend hebben bij familie en dat nu moeten afbetalen. Dat zijn schulden die je vooral aantreft bij de kleinere ondernemingen en die nergens geregistreerd staan. De coronacrisis is dus nog niet helemaal verteerd en er steken al een heleboel nieuwe problemen de kop op. Heel veel kappers hebben het moeilijk om het hoofd boven water te houden. Dat is voor ons een heel grote uitdaging: hoe kunnen wij hen concreet bijstaan in deze moeilijke tijden? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat hun kosten een beetje draaglijk blijven? Bijkomend is er ook het probleem dat de kappers geen personeel kunnen vinden. Ook de verhoging van de minimumsalarissen is problematisch. In tegenstelling tot België hebben wij geen automatische indexering, maar de minimumlonen worden wel politiek bepaald. In 2023 stijgt het wettelijk minimumloon met 10,5%. Dat is werknemers van harte gegund, want iedereen wordt getroffen door de hoge inflatie. Maar wij vinden dat werkgevers hiervoor wel gecompenseerd zouden moeten worden, want niet alle kostenstijgingen kunnen worden doorberekend aan de consument. En uiteraard stijgen ook de overige salarissen mee, want anders is het niet eerlijk voor de lonen die net boven die minimumsalarissen liggen. Het is een dubbel verhaal.”

 

Krijgen jullie voldoende steun vanuit politieke hoek?

Maurice Crusio: “We zijn niet altijd enthousiast over de rol van de politiek. De steun tijdens de coronaperiode was niet zo genereus als beloofd aan het begin van de crisis. De politiek stelde toen vaak te strikte voorwaarden, waardoor maar weinig kappers in aanmerking kwamen voor financiële steun. Ook nu weer proberen we tevergeefs politieke steun te vinden voor de energiecrisis. De voorwaarden zijn niet realistisch voor een kapsalon. Je moet echt een grootverbruiker zijn. Je energiekosten moeten 7% van je volledige kosten bedragen. Er gebeurt dus heel weinig. Er is te weinig toekomstvisie, er wordt niet geanticipeerd op de demografische ontwikkelingen … Alles wordt op de lange baan geschoven. Dat is ongelooflijk frustrerend, want je wil het beste voor je sector. Maar we laten ons niet uit het veld slaan en blijven de politiek bestoken en lobbyen voor onze leden.”

 

Welke concrete steun kregen jullie tijdens de coronacrisis?

Maurice Crusio: “In het begin van de coronacrisis was er weinig of geen duidelijkheid. Het was natuurlijk ook een ongekende situatie. Bij de eerste lockdown kreeg elk bedrijf, ongeacht de grootte, een eenmalige uitbetaling van € 4.000. In een volgende fase kon je op basis van je verlies aanspraak maken op overheidssteun. De drempel lag echter zo hoog dat 90% van de zelfstandigen en bedrijven er niet voor in aanmerking kwam. Wie wel steun kreeg, moet daar nu bovendien belastingen op betalen. Ook de tegemoetkoming voor de zogenaamde vaste lasten was een lachertje, want ook hiervoor kwam meer dan 80% niet in aanmerking. In Nederland kregen de werknemers 100% van hun loon uitbetaald tijdens de lockdown, maar we merkten dat er heel veel in het zwart gingen werken.”

 

Voelen jullie de impact van de crisis nog altijd?

Maurice Crusio: “Zeker! Veel ondernemers zijn hun financiële buffer kwijt doordat ze met spaargeld hun zaak overeind hebben gehouden. Wat we ook zien, is dat veel ondernemers het mentaal moeilijk hebben met de huidige situatie. Ze kunnen de gasrekening niet meer betalen, de inkoop wordt duurder … Het toekomstperspectief oogt voor sommigen somber. Ze verliezen hun drive en laten de kopjes sneller hangen, wat ook begrijpelijk is. Voeg aan alle problemen die we reeds vermeldden toe dat ook de klantenaantallen sinds de coronacrisis nog niet helemaal terug op peil zijn en je beseft dat het allesbehalve een lachertje is voor de sector. Het zit momenteel allemaal wat tegen.”

 

Spelen jullie als sectororganisatie een rol in het kappersonderwijs?

Maurice Crusio: “We hebben minder invloed dan vroeger. We zijn sinds een aantal jaren niet meer direct betrokken bij de examinering van de scholen door een politieke beslissing. Er zijn nog steeds werkgevers bij betrokken als externe praktijkassessoren, maar die staan los van onze organisatie. Nu zijn de scholen autonoom en zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de uitstroom en de examinering, met soms alle gevolgen van dien. Bij het MBO, het middelbaar beroepsonderwijs, zitten wij mee aan tafel, maar de kloof tussen de praktijk en het onderwijs is nog steeds groot. De studenten maken gewoon te weinig praktijkuren op school om het kappersvak goed te leren. Dit komt ook deels doordat er steeds meer algemene vakken in de opleiding zitten, zoals bijvoorbeeld burgerschap.”

 

Zetten jullie in Nederland ook in op duaal leren?

Maurice Crusio: “Zeker. Er bestaan twee formules, BBL en BOL. BBL staat voor Beroeps Begeleidende Leerweg. Dat biedt een mix tussen minimaal 3 dagen betaald werk en 1 dag naar school gaan. BOL staat voor Beroeps Opleidende Leerweg. Dat omvat een stage van 10 à 20 weken, met minimaal 1 dag per week stage. De ANKO is door het grotere aantal praktijkuren sterk voorstander van BBL. We zien daarnaast ook dat veel werkgevers, zeker de grote ketenbedrijven die daar de capaciteiten voor hebben, zelf hun medewerkers opleiden. Wat niet wegneemt dat het ook voor hen moeilijk is om mensen te vinden. Verder zijn er nog een aantal particuliere scholen waar je als leerling terecht kan. Als branchevereniging organiseren we zelf geen opleidingen maar we maken ons wel veel zorgen over de huidige kwaliteit van de opleidingen die het ambacht aanleren. Chapeau voor Febelhair dat jullie zo een uitgebreid opleidingenaanbod hebben en dat jullie dat in de toekomst via jullie eigen Academy gaan aanbieden. Goed opgeleide kappers zijn de ruggengraat van onze branche!”

&nsbp;